artikel Balkster Courant 28 mei 1998 door Catrienus Meijer
Kans op behoud Volharding lijkt steeds groter.
De dossiers worden alsmaar dikker en nog steeds is de toekomst van het oude gebouw De Volharding in Balk niet beslecht. Al van meet af aan weigert de gemeente Gaasterlân-Sleat een sloopvergunning. En zolang er geen definitief plan is voor de locatie komt die er zeker niet. Vraag is of een sloopvergunning straks nog wel nodig is. Steeds maar neigt de opinie naar het bijna onmogelijke, restauratie van het in ernstig verval geraakte pakhuis langs de Luts. Behoud van het inmiddels onogenlijhke gedrocht is boter op het hoofd van hen die zich inzetten voor het behoud van oud Balk. Tot dat oude behoort ook het uit het begin van deze eeuw daterende kaaspakhuis, geen monument maar wel beschermd dorpsgezicht. Waar tot voor kort nog sloop de overhand voerde, lijkt de opinie zich in hun voordeel te keren. Naast de gemeente als tegenstander van sloop is er nu ook een stichting in het leven geroepen die zich het lot van De Volharding heeft aangetrokken. Bovendien lijkt er amper nog noodzaak tot sloop nu plannenmaker Imca Vastgoed uit Haarlem mogelijkheden ziet tot realisering van zo'n 25 ouderenwoningen in een gerestaureerde Volharding.

BALK. Niemand zou enkele jaren geleden nog de bewering geloofd hebben dat het pakhuis langs de Luts nu een vernield en haveloos gebouw zou zijn. Het laatselijk als scheepswerf in gebruik zijnde gebouw veranderde in now-time in bijne een ruïne. Somber staat het er nu bij. Een rotte plek, een doorn het ook en de frustratie van velen. Toch hoeft die negatieve spiraal niet het einde van de Volharding te betekenen. Zeker niet als het aan de Stichting Gaest en Stêd ligt. Zij wil het gebouw in ere herstellen.

Om haar wensen kracht bij te zetten wil de stichting dat het gebouw werkelijk een monument wordt. Nu is dat het niet. Bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in Zeist is onlangs een aanvraag ingediend. Wordt de Volharding een heus monument is de kans tot behoud meteen een stuk groter. Aantrekkelijker is dat wellicht ook voor eventuele restauratieplannen. Immers monumenten kunnen daarvoor doorgaans rekenen op een rijksbijdrage. Gemeenten en provincies schuiven eerder bij als het om een rijksmonument gaat.

De kans dat De Volharding inderdaad op de Monumentenlijst komt is echter niet zo groot. Daar ligt een aantal redenen aan ten grondslag. Erik van Boetzelaar van de Rijksdienst in Zeist is gedeeld optimistisch. “Om een gebouw op de monumentenlijst te krijgen wortd bij een aantal instanties om advies gevraagd. Die wegen zwaar mee in het uiteindelijke besluit”.

Negatief
Advies is er ondermeer gevraagd aan de Provincie Friesland. “Die hebben negatief gereageerd”. Oorzaak daarvan is dat de Volharding eerder niet is opgenomen in het Monumenten Project. Overal in Nederland zijn de afgelopen tien jaar jonge ’monumenten’ in kaart gebracht. Gebouwen, neergezet in de periode 1850 – 1940. Landelijk zijn er 160.000 van die panden geïnventariseerd. Slechts 12.000 krijgen na een sterke selectie de status van monument. In de meeste delen van het land zijn de selecties al achter de rug. In Friesland is men halverwege. Maar nu is al wel duidelijk dat De Volharding in Balk niet aan de toetsingscriteria voldoet om monument te worden. In het verleden is het gebouw eigenlijk al ‘verknoeid’. Verbouwingen tastten de structuur zodanig aan dat het daarmee het bijzondere karakter verloor. Een ‘vernield’ monument dus. Het zijn ook aspecten die zwaar meewegen in het uiteindelijke besluit van de Rijksdienst voor Monumentenzorg. “De staat van het gebouw is natuurlijk van invloed op het besluit. We zullen kijken of het zinvol is. Bovendien kijken we naar de structuur. Is die teveel aangetast of intact gebleven. Het telt allemaal mee”. Een groot nadeel is nu al het negatieve advies van de Provincie Friesland. “Als dat er ligt

is de kans over het algemeen niet zo groot dat het toch de status van rijksmonument krijgt”, zegt van Boetzelaar.

Maar er zijn meer adviezen nodig om tot een besluit te komen. Naast de provincie is ook advies gevraagd aan de gemeente Gaasterlân-Sleat. Verwachting is dat de raad van die gemeente wel positief zal adviseren. Daar klinkt al jaren de roep om iets aan de vervallen situatie aan de Luts te doen. Advies wint de rijksdienst verder in bij de Raad van Cultuur. “Pas als alle adviezen binnen zijn volgt een definitief besluit”. Van Boetzelaar verwacht dat hier nog wel een paar maanden mee heen gaan.

Bescherming.
Zolang de aanvraag in behandeling is ligt er ‘bescherming’ op De Volharding. Jan Oosterhoff, bestuurslid van de stichting Gaest en Stêd noemt zelfs een periode van tien maanden. “Het is een periode waarin de eigenaar niets aan het gebouw mag veranderen zonder schriftelijke toestemming van de gemeente”, weet Oosterhoff. In die tijd hoopt hij voldoende basis te vinden voor behoud van het oude pakhuis.
Intact houden van het bijna uit Balk verdwenen industrieel erfgoed staat voorop. “We vinden het bijzonder waardevol en willen graag dat het blijft. We wilden daarom als eerste stap proberen een stukje bescherming te regelen. Met de aanvraag naar Zeist is dat er”. Het gebouw is het waard in stand te houden. “Tot in de verre omtrek is er geen gebouw als De Volharding te vinden”. Voor Balk is de vroegere veevoederfabriek al zolang het er staat een beeldbepalende factor.

Draagvlak
Dat er draagvlak gevonden moet worden om De Volharding ook als monument te kunnen behouden staat voor Jan Oosterhoff vast. “Daarom moet er naar de financiële kant worden gekeken en mag er best een commerciële basis zijn. Restauratie kost veel geld en uiteindelijk zal een opknapbeurt zichzelf moeten betalen”. Van de stichting hoeft het gebouw niet helemaal in de oude stijl te blijven. Alleen met het intact laten van de buitenmuren is het tevreden. Opstallen rondom het pand mogen verdwijnen. Nu nog staan verwaarloosde houten schuren en een enkel stenen hok als bouwvallen rondom de Volharding.
Woningbouw kan voor voldoende commerciële basis zorgen. Oosterhoff staat daarom positief tegenover het plan om er 20 tot 25 ouderenwoningen in onder te brengen. “Dat kun je allemaal intern realiseren. Het gebouw kan dan overeind blijven”.

artikel Balkster Courant 28 mei 1998 door Catrienus Meijer

Ouderenwoningen
Volgens plannenmaker Imca of Global International in Haarlem hoeft plaatsing op de monumentenlijst geen onoverkomelijk probleem te zijn hoewel er aan de renovatieplannen beperkingen kunnen kleven. De ontwikkelingsmaatschappij heeft het plan om in de Volharding 20 tot 25 ouderenwoningen te realiseren. Eerste aanzetten tot dit plan werden eind vorig jaar al gegeven maar een definitieve vorm heeft het nog niet. Hoewel eerdere plannenmakers aandrongen op sloop van het gebouw lijkt dat nu niet direct noodzakelijk. De appartementen zouden heel goed in het huidige gebouw gerealiseerd kunnen worden. Met het plan is ongeveer f 5 miljoen gemoeid. Hoe de ontwikkelingsmaatschappij zelf over de situatie rond de Volharding denkt, is vaag. Tientallen pogingen om een woordvoerder van het Haarlemse bedrijf te bereiken, slaagden niet. Het plan van Imca International is niet het eerste dat op De Volharding is losgelaten. Al in de tijd dat het gebouw nog in gebruik was als scheepswerf zagen plannen het daglicht om er een wooncomplex van te maken. De aard ervan liep overigens sterk uiteen. Waar het één sprak over een verbouwing ging het meest vergaande uit van sloop. Tot nog toe heeft geen van die plannen het gehaald. Investeerders en projectontwikkelaars verdwenen al even geruisloos als ze waren gekomen. Sommigen waren al failliet voor ze in Balk voet aan de grond kregen. Dat overkwam Pakhuis De Volharding bv. De bank besloot tot een executieverkoop omdat de bv niet aan haar verplichtingen kon voldoen. De Volharding viel onder de hamer van de veilingmeester en even later in handen van een sloopbedrijf uit Joure. Die deed het pand weer over aan Imca International bv.

Bij de gemeente Gaasterlân-Sleat wordt het plan van Imca International positief bekeken hoewel er nog geen concepten aan het college van B en W zijn voorgelegd. Plannen zullen de gemeente niet geruisloos kunnen passeren. Toetsing is noodzakelijk voor het verlenen van een eventuele bouwvergunning. Wethouder Henk Brouwer ziet de bouw van appartementen niettemin als een goed perspectief.

Te summier
Toch heeft hij zijn twijfels over de status van het plan van Imca International. “Intern wordt er wel over gesproken maar duidelijk is ons nog steeds niet welke doelgroep men voor ogen heeft bij de bouw van de appartementen”. Bovendien acht Brouwer het ontwikkelen van alleen een plan voor de Volharding te summier. “Als er iets moet gebeuren geldt dat voor het hele gebied rond de Volharding”. Daarvoor is woningbouw een goede optie.
Op het terrein tussen de Jachthavendyk en de Volharding past volgens Brouwer heel goed woningbouw. “Verschillende mogelijkheden zijn daarvoor denkbaar. Vanaf de Jachthavendyk zou gedacht kunnen worden aan laagbouw dat gestaag in etagebouw overgaat. Maar uiteindelijk is dat een zaak van de ontwikkelaar. Die heeft ook de grond in eigendom”.
Brouwer ziet de locatie als een goede mogelijkheid om wonen aan het water verder uit te breiden. Om dit alles mogelijk te maken is echter wel een bestemmingsplanwijziging nodig. Nu ligt er nog een bestemming bedrijfsdoeleinden op het gebied.

Vervuilde grond
En dan speelt er nog steeds een andere, pijnlijke kwestie. De Volharding staat op vervuilde grond, iets wat ook geldt voor enkele omliggende terreinen. Uit eerdere onderzoeken blijkt dat het terrein op verschillende plaatsen vervuild is met olie en loodhoudende stoffen. Bovendien is niet uitgesloten dat het grondwater op het Volhardingsterrein vervuild is. De verontreiniging is een gevolg van het gebruik door vorige eigenaren. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de plaats waar ooit een dieselpomp heeft gestaan. Uit metingen is gebleken dat op deze plek van een sterke olievervuiling sprake is. Ook op de plaats waar ooit de schoorsteen stond is verontreiniging aangetroffen. Hier gaat het ok lood en PAK’s. De stenen pijp werd in 1965 afgebroken.

Sanering
Alvorens er kan worden begonnen met woningbouw is sanering van het terrein noodzakelijk. De kosten daarvan komen voor een flink deel voor rekening van de eigenaar, in dit geval Imca International. “Maar als het zover is zullen we alles in het werk stellen om subsidiemogelijkheden aan te boren”, zegt wethouder Henk Brouwer, “want we willen niets liever dan het gebied snel een beter aanzien te geven”.
Gedeeltelijk is overigens al begonnen met het opknappen van bouwwerken op het terrein van de Volharding. Dat geldt voor de bedrijfswoning waarvoor de gemeente toestemmin heeft gegeven. Het 19de eeuwse pand wordt deels gesloopt en daarna weer opgebouwd om later weer een woonfunctie te krijgen.
Wellicht komt er ook nog een woonbestemming voor De Volharding zelf. Dat zou een totaal nieuwe dimensie betekenen sinds het gebouw in 1916 als veevoederfabriek werd neergezet. Een locatie die daarvoor overigens al lange tijd in gebruik was als olieslagerij. Jaren deed het gebouw dienst als veevoederfabriek. Daarnaast diende het als opslag en drogerij voor graan. In de jaren zestig vestigde zich er een constructiebedrijf en de laatste jaren was De Volharding in gebruik als scheepswerf.

Jan Oosterhoff hoopt dat De Volharding voor Balk behouden blijft. ‘Zijn’ “stichting is voornemens om zich daarvoor tot het uiterste in te spannen. Juist voor dit soort activiteiten is de stichting anderhalf jaar geleden nieuw leven ingeblazen. Tientallen jaren geleden werd de stichting al opgericht, toen om in het Rijsterbos een nieuw Vredestempeltje te bouwen. Nadat een nieuw tempeltje was neergezet leefde de stichting een sluimerend bestaan. De twee overgebleven bestuursleden Piet Pleging en Joke Key brachten het bestaan opnieuw onder de aandacht met als gevolg een bestuursuitbreiding, bredere doelstelling en een nieuwe naam. Van het van de bouw van het vredestempeltje overgebleven geld, werd een paar jaar geleden al een financiële bijdrage geleverd aan de bouw van het Moluks monument op Wyldemerk. “Ook dat soort zaken passen prima in de doelstellingen van de stichting”, vindt Oosterhoff, “een doel dat zich richt op behoud van de cultuur in Gaasterlân-Sleat”.

artikel Balkster Courant 28 mei 1998 door Catrienus Meijer

beginpagina