Jelle Meinesz (1771-1848), begonnen als schoolmeester in Oudemirdum, startte in 1790 een bescheiden houthandel in Balk. Hoogstwaarschijnlijk eerst vanuit het schoolmeestershuis aan de Dubbelstraat en later wordt er handel gedreven vanuit een herenhuis met bergplaats aan de
Meerweg te Balk. Zoon
Tjeerd Jelles Meinesz (1812-1853) neemt de houthandel van zijn vader over. In 1844 koopt Tjeerd een woning, nu Meerweg 8, naast het herenhuis met bergplaats waar zijn vader woont. Tjeerd Meinesz overlijdt op 39 jarige leeftijd in 1853. De oudste zoon van Tjeerd,
Jelle Tjeerds Meinesz (1836-1899) moet op jonge leeftijd de handel van zijn vader voortzetten. In 1879 wordt het huis aan de Meerweg (8) verkocht aan de Doopsgezinde gemeente te Balk die het pand zal gebruiken als pastorie. Het gezin Jelle Tjeerds Meinesz verhuist naar Leeuwarden waar hun jongste zoon wordt geboren. In 1882 wordt ook het herenhuis met houtstek (Meerweg 7) in Balk verkocht. In februari 1883 wordt een
houtzaagmolen met houtschuur gekocht in Harlingen. Zoon Krijn (1867-1954) zet het bedrijf voort. In 1895 wordt het verplaatst naar de Bolswardervaart in Harlingen. Tot 1936 is Krijn Jelles Meinesz directeur samen met zijn schoonzoon R.O. van der Veen. In 1965 wordt het 175 jarig bestaan uitgebreid gevierd in de Harlinger schouwburg aldus een artikel in de Leeuwarder Courant van 11 mei 1965 op pagina 19. De naam
Meinesz is nog steeds verbonden aan het verwerken van hout.